Het is vandaag de 21e verjaardag van onze oudste zoon. Het voelt als een speciale leeftijd, een zogenaamd ‘kroonjaar’.
Hij had graag een 21-diner gehouden. Een diner bij ons thuis aan een mooi gedekte tafel, met vrienden, studiegenoten en speeches. Helaas kan dat niet doorgaan vanwege Corona. En omdat vanwege Corona zijn studie bijna helemaal online is, heeft hij studiegenoten van zijn nieuwe studie amper gezien of gesproken, laat staan leren kennen. Zo is ook de achttiende verjaardag van onze jongste zoon bijna ongemerkt voorbijgegaan.
Het online bestelde cadeau is al anderhalve week onderweg, daar hebben we helaas geen invloed op, maar we hebben wel een berg van zijn lievelingseten gebakken: worstenbroodjes. Naar een verrukkelijk, enigszins aangepast, familierecept van mijn Brabantse schoonmoeder. Worstenbroodjes bakken in de Kerstmaand is een traditie die ook wij gaan doorgeven: ik weet zeker dat de jongens hier naar zullen vragen in de toekomst. We passen de traditie een klein beetje aan door niet alleen in december te bakken, maar ‘naar behoefte’ [lees: het hele jaar door, wat eigenlijk neerkomt op twee keer per jaar, want het is echt veel werk].
Ik zal in het recept duidelijk aangeven dat je de verse gist in lauwwarme melk moet oplossen. Ik stond niet op te letten, liet de gist doodgaan in te warme melk en verprutste mijn eerste deeg. Toch bijna 3,5 kg voor zestig broodjes…
Vandaag is het ook Wereldlichtjesdag. Een dag waarop overleden kinderen herdacht worden en waar vanavond om 19.00 uur kaarsjes voor aangestoken worden.
Op een dag als deze realiseer ik mij nog meer hoe bevoorrecht ik ben dat ik twee gezonde kinderen heb en dat we -hoe klein ook- verjaardagen kunnen vieren.
Geen kind is zo aanwezig als het kind dat wordt gemist.
Ik ga kaarsjes aansteken voor een aantal kinderen waar ik de ouders van ken en twee kinderen in het bijzonder die ik persoonlijk heb gekend. Deze twee blaakten ogenschijnlijk van gezondheid, totdat er op kleuterleeftijd kleine problemen aan het licht kwamen. Uiteindelijk bleken ze van beide ouders een gen te hebben geërfd waardoor hun stofwisseling niet goed werkte. Ze werden slechts twaalf en veertien jaar.
Ik kan me niets ergers voorstellen dan het verlies van een kind. Laat staan twee kinderen. Geen ouder zou dat mee moeten maken.
Een van de gedachten die door mijn hoofd schoot toen ik mijn borstkanker diagnose kreeg: gelukkig heb ik het en niet mijn kinderen. Ik weet dat mijn vader de diagnose vreselijk vond en dat hij zeer begaan was met mijn gezondheid. Ik ben dankbaar dat mijn vader het verlies van een kind niet heeft hoeven meemaken.
