Afgelopen week ontving ik een herinnering voor het bevolkingsonderzoek borstkanker. Ik had niet verwacht dat ik daar nog een oproep voor zou krijgen, omdat ik inmiddels ‘onder de pannen ben’ voor dit ‘euvel’. Blijkbaar loopt dat langs elkaar heen, dus ik heb me eenmalig afgemeld.
Vlak voor mijn vijftigste verjaardag kreeg ik, zoals alle vrouwen in Nederland, voor het eerst een oproep. Het was een jaar na mijn gecompliceerde galblaasoperatie. Een jaar waarin ik dagelijks kampte met de gevolgen van drie spoedopnames en de operatie. Pas achteraf had ik door hoe ernstig het was (lever- en alvleesklierontsteking) en die ziekenhuisperiode was een traumatische ervaring.
Dat kwam met name door de derde spoedopname, amper twee dagen na het ontslag van de tweede. Ik verwachtte op een veilige plek te zijn in het ziekenhuis, maar ik heb in mijn leven niet zoveel pijn geleden als toen. Vanuit mijn ziekenhuisbed smeekte ik de verpleger om iets aan de pijn te doen, maar volgens hem kreeg ik de maximale dosis morfine en dat was dat. Ik betwijfelde serieus of ik het zou overleven. Een acuut, confronterend en zo ongelofelijk bizar gevoel, dat het niet uit te leggen is.
Ik weet niet meer hoe ik die nacht ben doorgekomen, ik ging laat in de ochtend naar de OK. De chirurg stelde zich voor, maar ik lag met dichtgeknepen ogen en kon geen woord meer uitbrengen. Iemand merkte nogal overbodig op ‘mevrouw heeft erg veel pijn’. Daarna werd ik wakker op de zaal.
Mijn galblaas was zo ernstig ontstoken dat hij half afgestorven was en eruit moest. Galvloeistof was in mijn buikholte gelekt en ik werd volgepropt met antibiotica. Later bij de evaluatie nam de arts geen verantwoordelijkheid voor het geleden leed; ík was degene die graag naar het 50-jarig huwelijksfeestje van mijn ouders wilde, waarvoor ze mij ontslagen hadden na de tweede spoedopname. Ik had daar zelf niet om gevraagd, maar de zaalarts had dat uit sympathie geopperd en ik ging er vanuit dat het verantwoord was.
Toen ik de eerste oproep kreeg voor het bevolkingsonderzoek legde ik die naast me neer; ik was helemaal klaar met ziekenhuizen en onderzoeken, ik kon het niet opbrengen. Anderhalf jaar later voelde ik het knobbeltje in mijn borst en ik koos bewust voor een ander ziekenhuis. Het idee dat ik weer in dat bewuste ziekenhuis opgenomen zou moeten worden, zorgt voor instant paniek. Voor zover het in mijn mogelijkheden ligt, doe ik er alles aan om dat te voorkomen.
Het knobbeltje was overigens niet te zien op de mammografie, dus het eerste bevolkingsonderzoek zou mij onterecht gerustgesteld hebben. Los van de vraag of de tumor er toen al zat.
